Drumpels

Ook zo nieuwsgierig naar het verhaal achter onze eigen Drumpels? In september zijn zij te bewonderen op de straten van Tiel tijdens het Fruitcorso. Maak hier kennis met hen!

“Er was eens een volkje, dat diep in het bos leefde waar niemand ze kon vinden.

Samen met de dieren zorgden zij ervoor dat het bos schoon bleef, dat er eten was en dat er spullen uit de natuur verzameld werden om dingen van te maken. De dieren zijn erg vriendelijk en hebben vaak veel te vertellen. Gelukkig kon het volkje ook terug praten! Naast het harde werken werd er natuurlijk ook veel lol gemaakt.

In de avond is het altijd feest. Dan werd er lekker gegeten en gedronken, gedanst en muziek gemaakt. Zingen mocht natuurlijk ook niet ontbreken. Het leven van dit volkje ging dus om plezier hebben en je vooral geen zorgen maken.

Hoe dit volkje heet…? Zij noemen zichzelf… De Drumpels”

Op een dag toen de zon opkwam en de eerste zonnestralen door de blaadjes van de bomen schenen, waren de Drumpels al druk bezig in het bos.

Het was verzameldag, dus ze zochten naar nootjes en besjes om te eten en naar takken en bladeren om spullen van te maken. Timbo was tijdens het verzamelen van eikels druk aan het zoeken naar een eikeldopje dat hij kon gebruiken als hoed. De een na de ander gooide hij achterover de kar in, “Nee… te klein… te groot… Ja deze moet het zijn!” Het was een mooi bruin eikeldopje met een kort steeltje eraan. Hij zette het op zijn hoofd en het leek wel alsof het dopje speciaal voor hem gemaakt was, het paste precies! Timbo sprong blij op en maakte een vreugdedansje. Libi het lieveheersbeestje moest grinniken: “Heb je eindelijk een hoedje kunnen vinden?!” “Ja! Eindelijk een hoedje dat precies op mijn hoofd past en goed blijft zitten.” zei Timbo. “Als je klaar bent met dansen, zullen we dan terug naar huis gaan? Je weet dat je vader onrustig wordt als je lang weg blijft.”

Timbo stopte met zijn dansje, gooide nog een paar eikels in de kar en maakte de touwen van de kar vast aan de teugels van Libi. “We kunnen!” En ze liepen samen met de kar terug naar huis.

Na een tijdje lopen door het dorp kwamen ze aan bij het huis van Timbo en zijn vader Danbo. Het huis was van hout gemaakt en had een scheve, ronde deur met daarboven een lantaarn. De ramen stonden ook allesbehalve recht en het dak was gemaakt van boomschors begroeit met veel mos. Op de muren van het huis groeide paddenstoelen, bloemen en andere planten. Het was een klein maar knus huis, groot genoeg voor Timbo en Danbo. Ze woonden daar niet alleen. Naast het huis stond een grote stal voor Timbo’s lieveheersbeestje Libi en de trouwe viervoeter van Danbo, Korak de kikker.

Ze liepen met de kar de stal in en Timbo maakte de kar los van Libi. “Je zal wel zin hebben in iets lekkers na het trekken van die kar?” vroeg Timbo. “Ik zou wel wat lusten ja” antwoorde Libi. Timbo pakte een groen hol blad, vulde dat met water en deed er twee grote bessen in. “Eetsmakelijk!” zei Timbo en hij liep naar binnen.

Danbo was bezig in de keuken en zette net een grote soeppan op tafel. “Hoi pap, wat eten we?” vroeg Timbo. Danbo antwoorde: “Hallo Timbo, we eten paddenstoelensoep met nootjesbrood, je lievelingseten.” “Oeh, lekker!” “Heb je nou een hoedje gevonden? Staat je goed jongen!” “Bedankt pap! Ik ben er erg blij mee.”

Ze lachten en begonnen met eten. “Waar is Korak eigenlijk?” vroeg Timbo. “Die is even water halen voor ons vieren, maar die moet elk moment thuis komen”. Opeens hoorde ze doffe klap en alles in het huis bewoog even.

“Wat was dat?!” riep Timbo. Danbo stond op en keek door het raam naar buiten. “Ik zou het niet weten Timbo”. En toen begon alles te trillen, de grond, de pannen aan de muur, de potjes op de plank. Timbo kon nog snel een potje vangen,maar alle andere vielen op de grond. “Papa ik ben bang, wat gebeurt er?” vroeg Timbo. “Kom snel naar buiten!” riep Danbo. Samen rende ze naar buiten terwijl alles in huis aan het omvallen was. Ze stonden voor het huis en opeens stopte het trillen en ze hoorde een hard, krakend geluid.

Timbo keek omhoog de verte in en zag een grote boom langzaam naar beneden vallen. BAM! Timbo en Danbo vielen op de grond door de harde klap. De bellen van het dorpshuis gingen kort daarna hard luiden en dat betekende dat alle Drumpels moesten vluchten! “Snel Timbo, ga naar binnen en pak zoveel in als je kunt! We moeten weg hier!” riep Danbo terwijl hij als een speer naar de stal ging. Timbo rende naar binnen en zag dat alles was omgevallen. Hij stormde de trap op en pakte vlug een paar tassen en stopte deze vol met alles wat nog te gebruiken was. Hij pakte zoveel tassen als hij kon en rende naar de stal. Danbo had een zadel op Libi gehesen en al wat spullen met touwen vast gemaakt aan haar. Timbo liet de tassen vallen naast Danbo en zag toen Korak aan komen springen met twee houten tonnen op z’n zij. “Wat is er aan de hand? Alles begon te trillen en er was een enorme klap!” zeiKorak.

“De bomen vallen om en we moeten zo snel mogelijk weg, dus kom snel hier dan hijs ik het zadel op je rug.” antwoorde Danbo. Timbo rende terug naar binnen om te kijken of hij nog dingen uit de keuken kon meenemen. Hij kwam in de keuken en weer begon alles te trillen. KRAK! Het dak stortte in wat ervoor zorgde dat het hele huis in elkaar zakte. Danbo keek om en zijn ogen werden groot. “Nee! Timbo!”

Wordt vervolgt…